Welkom op de site van GGZ-extra

Persoonlijkheidsstoornissen

 

Algemeen
Persoonlijkheidsstoornissen is een categorie van psychische aandoeningen in de DSM-IV-TR (tekstrevisie) die gekenmerkt wordt door een star en duurzaam patroon van gedachten, gevoelens en gedragingen die binnen de cultuur van de betrokkene duidelijk afwijkt van de verwachtingen.
Om bij een patiënt de diagnose van een persoonlijkheidsstoornis te kunnen stellen, moet volgens het DSM-IV-TR aan de volgende criteria worden voldaan:

  1. Een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk binnen de cultuur van betrokkene afwijken van de verwachtingen. Dit patroon wordt zichtbaar op twee (of meer) van de volgende terreinen:

    • cognities (dat wil zeggen de wijze van waarnemen en interpreteren van zichzelf, anderen en gebeurtenissen);

    • affecten (dat wil zeggen de draagwijdte, intensiteit, labiliteit en de adequaatheid van de emotionele reacties);

    • functioneren in het contact met anderen;

    • beheersing van de impulsen.

  2. Het duurzame patroon is star en uit zich op een breed terrein van persoonlijke en sociale situaties.

  3. Het duurzame patroon veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal en beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

  4. Het patroon is stabiel en van lange duur en het begin kan worden teruggevoerd naar ten minste de adolescentie of de vroege volwassenheid.

  5. Het duurzame patroon is niet eerder toe te schrijven aan een uiting of de consequentie van een andere psychische stoornis.

  6. Het duurzame patroon is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld schedeltrauma).

Onderverdeling
Het DSM-IV vermeldt tien persoonlijkheidsstoornissen, die in drie clusters (groepen) zijn onderverdeeld:

  • Cluster A (vreemd of excentriek gedrag)

    • Paranoïde persoonlijkheidsstoornis

    • Schizoïde persoonlijkheidsstoornis

    • Schizotypische persoonlijkheidsstoornis

  • Cluster B (theatraal, emotioneel of grillig gedrag)

    • Anti-sociale persoonlijkheidsstoornis

    • Borderline-persoonlijkheidsstoornis

    • Theatrale persoonlijkheidsstoornis

    • Narcistische persoonlijkheidsstoornis

  • Cluster C (gespannen of angstig gedrag)

    • Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis

    • Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis

    • Obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis (niet te verwarren met de obsessief-compulsieve stoornis)

Naast bovengenoemde persoonlijkheidsstoornissen krijgt een grote groep ook de diagnose:

  • Persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven.

    • Deze stoornis krijgen de mensen die niet binnen de criteria van een bepaalde persoonlijkheidsstoornis vallen, maar wel 'trekken' hebben van 2 of meer persoonlijkheidsstoornissen, dat wil zeggen: nét niet voldoen aan de criteria ervan.

In de DSM-III werden ook de passief-agressieve persoonlijkheidsstoornis en de zelfkwellende persoonlijkheidsstoornis vermeld. Deze zijn in het DSM-IV echter verwijderd, omdat vooralsnog niet duidelijk is of dit afzonderlijke persoonlijkheidsstoornissen zijn. In het ICD-10 staan ze vermeld als varianten van afhankelijke persoonlijkheidsstoornis (F60.7). 

 
 

 volg ons op