Parafilie (van het Griekse para παρά = naast en -philia φιλία = vriendschap, hier liefde) is de verzamelnaam van een groep seksuele gedragingen of fantasieŽn die over het algemeen als afwijkend van de heersende normen worden beschouwd. De parafiliŽen lopen uiteen van voor andere mensen geheel onschadelijke gedragingen tot zeer schadelijke, en daartoe mogelijk leidende fantasieŽn. Voorbeelden zijn: seksuele opwinding door voorwerpen (fetisjisme), (gespeeld) agressief of vernederend gedrag, maar ook seksuele handelingen met kinderen en seksueel gedrag zonder instemming van de partner behoren tot het spectrum. Als het seksueel gedrag leidt tot ernstige problemen tussen een persoon en zijn omgeving, kan sprake zijn van een psychische aandoening.

Geschiedenis
De term parafilie werd gelanceerd door Wilhelm Stekel in de jaren twintig en werd opnieuw onder de aandacht gebracht door de seksuoloog John Money als een neutrale aanduiding voor ongebruikelijke seksuele interesses. Psychologen en psychiaters zijn eind 19e eeuw begonnen met het categoriseren van parafilieŽn om een duidelijker beeld te krijgen van de wettelijke en religieuze concepten van sodomie en perversie. De DSM-III uit 1980 nam het eerst parafilie op als eigen categorie; voorheen werd het beschreven onder seksuele afwijking.

Controverse
In de wereld van de psychologie en psychiatrie bestaat al geruime tijd discussie over de classificatie van parafilieŽn als psychische aandoening. Er is een stroming die stelt dat de classificatie te veel berust op maatschappelijke visies en normen. Men trekt dus de fundamentele psychopathologische aard van parafilieŽn in twijfel en stelt dat deze uit de handboeken geschrapt moet worden. Anderen menen dat de parafilieŽn niet als zodanig geschrapt hoeven te worden, maar wel scherpere criteria behoeven. Homofilie en zoŲfilie zijn als zelfstandige parafilie inmiddels uit de classificatie verdwenen. ZoŲfilie wordt vermeld onder 302.9 Paraphilia NOS ('parafilie niet anders omschreven') (DSM-IV-TR) eveneens wordt homofilie geregeld vermeld onder 302.9 Paraphilia NOS. Diagnoses waarin de focus van klinische aandacht primair gericht is op homofilie als As I stoornis (zie DSM-IV-TR Multiaxial Assessment) komen tegenwoordig weinig meer voor, tenzij homofilie samengaat met "significant leed" en daardoor klinische aandacht behoeft.

Wetgeving
Verschillende landen hebben verschillende normen voor de eventuele strafbaarheid van parafilie. In hedendaags Nederland vormt consensus van de betrokken partijen en dus hun meerderjarigheid een belangrijk criterium. Daarnaast is, in het geval van pedofilie en zoŲfilie, het bezit van afbeeldingen van seksuele handelingen met kinderen of dieren verboden.

Overzicht
In het DSM-IV zijn de volgende parafilieŽn omschreven:
  • Exhibitionisme
  • Fetisjisme
  • Frotteurisme
  • Pedofilie
  • Seksueel masochisme
  • Seksueel sadisme
  • Fetisjistisch transvestitisme
  • Voyeurisme

Verder vermeldt het handboek nog een restgroep, niet anderszins omschreven. Bij deze restgroep horen necrofilie (lijken), klismafilie (rectaal inbrengen van vloeistof), coprofilie (ontlasting), telefoonscatologie (obsceniteiten over de telefoon), urofilie (urine) en partialisme (lichaamsdelen). Vanwege de onderliggende seksuele drang zou ook bijvoorbeeld apotemnofilie (een sterk overheersend verlangen om een of meer gezonde ledematen te laten amputeren, vaak zonder chirurgisch toezicht of begeleiding) hieronder gerekend kunnen worden.

Overige parafilieŽn
Op de Wikipedia-pagina Seksualiteit worden nog andere vormen omschreven (augustus 2013):

  • algolagnie - seksueel genot beleven aan pijn
  • bestialiteit - seks met dieren
  • bondage - seksuele stimulering door middel van vastbinden of overgeleverd zijn aan de ander door bewegingsbeperking
  • coprolagnie - seksueel genot beleven met (menselijke) uitwerpselen (poepseks)
  • efebofilie - seksuele voorkeur van volwassenen voor pubers vanaf 12 jaar
  • frotteurisme - seksueel genot beleven aan het heimelijk aanraken van anderen
  • gerontofilie - seksuele aantrekking tot ouderen
  • infantilisme - seksueel genot beleven aan het als volwassenen spelen van een (jong) kind (ageplay)
  • niet-penetratieve seks - seks zonder feitelijke geslachtsgemeenschap
  • nymfomanie - overmatige seksuele drift van de vrouw
  • promiscuÔteit - veel wisselende seksuele contacten
  • publieke seks - seks in de openbare ruimte
  • sadomasochisme - seksuele uitingen waar macht, vernedering en/of pijn een belangrijke rol spelen
  • saliromanie - seksueel genot beleven aan vies, zoals kots, uitwerpselen, enzovoorts (ook scat)
  • satyriasis - overmatige geslachtsdrift van de man. Synoniemen zijn gynaecomanie, satyromanie
  • seksverslaving - verslaving aan seks
  • voedsel-erotiek - erotiek en seks met etens- en drinkwaren
  • wurgseks - seksueel genot door het dichtknijpen van de keel