Geheugenverlies of amnesie is de naam voor stoornissen van het geheugen. Het heeft vooral betrekking op het episodische geheugen (zie verder).

Twee vormen van amnesie
Amnesie treedt vaak op na hersenletsel. Hierbij kan de getroffene zich gebeurtenissen min of meer kort voor, in ernstiger gevallen ook kort na, het hoofdletsel of medicijngebruik niet meer herinneren: er is een lacune in het geheugen ontstaan. Heeft dit alleen betrekking op de tijd voor het voorval, dan spreekt men van retrograde amnesie; houdt het onvermogen tot inprenten ook hierna nog aan, dan is er sprake van anterograde of antegrade amnesie.

Oorzaken van amnesie
Geheugenverlies kan optreden:
  • Na een hersentrauma (bijvoorbeeld een val of klap op het hoofd), of CVA;
  • Na gebruik van sommige geneesmiddelen, vooral slaap- en kalmeringsmiddelen;
  • Bij psychische en mentale stress;
  • Bij dementie: in typische gevallen gaat hierbij als eerste het kortetermijngeheugen achteruit. Bij dementie blijft het geestelijk disfunctioneren echter meestal niet beperkt tot het geheugen, hoewel het daar vaak mee begint, maar gaan meestal alle cognitieve functies achteruit;
  • Bij beschadigingen aan de hippocampus;
  • Bij het syndroom van Korsakov;
  • Na elektroconvulsietherapie (ECT);
  • Zonder aanwijsbare oorzaak en met korte duur (transient global amnesia);
  • In de vorm van een afweermechanisme, volgens de psychoanalyse;
  • Bij hypnose, als neveneffect van suggestie;
  • Bij overmatig alcoholgebruik;
  • Bij gebruik van verschillende soorten medicatie, bijvoorbeeld oxazepam;
  • In de vorm van bronamnesie. Daarbij is vooral het geheugen voor de context van gebeurtenissen verstoord;
  • Bijvoorbeeld of je iets echt hebt meegemaakt of gedroomd, of dat een bepaald verhaal door Jan of Piet is verteld e.d. Men vermoedt dat vooral de prefrontale schors hierbij betrokken is.

Amnesie en hersenen
Amnesie treedt het duidelijkst naar voren bij hersenletsel in de mediale temporale cortex, bijvoorbeeld na een hersenoperatie. PatiŽnten kunnen zich dan niet meer feiten of episodes herinneren uit hun eigen leven uit de periode na het opgelopen hersenletsel, en/of kunnen geen nieuwe informatie meer opslaan in het langetermijngeheugen (zie ook HM (patiŽnt)). Vaak is het mede een gevolg van beschadiging in het gebied van de hippocampus waardoor de opslag of consolidatie van nieuwe informatie is verstoord. Het kortetermijngeheugen (bijvoorbeeld het voor korte tijd kunnen onthouden van cijferreeksen) is daarbij meestal gespaard.

Amnesie en vergeten
Amnesie kan ook mildere vormen aannemen, zoals bij vergeten: het proces waarbij kennis in het langetermijngeheugen moeilijker beschikbaar is of verloren gaat. Naarmate de tijd verstrijkt, wordt meer en meer vergeten.

Episodische geheugen
Het episodische geheugen is het geheugen voor gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden. Het wordt samen met het semantische geheugen gerekend tot het declaratieve geheugen, dat ook wel het expliciete geheugen wordt genoemd. Diens tegenhanger is het procedurele geheugen. Het episodische geheugen is echter gebonden aan tijd en plaats, zoals de herinnering van het moment en de plaats van de eerste kennismaking met een vriend, onze 18e verjaardag, een ongeluk op de fiets en dergelijke. Het is dus sterk beÔnvloed door onze eigen levensgeschiedenis.

Neurale basis
Het opslaan van nieuwe feiten en gebeurtenissen in het langetermijngeheugen gebeurt mede door de mediotemporale cortex, een gebied aan de binnenzijde van de temporale kwab waar zich ook de hippocampus bevindt. Beschadiging van deze gebieden gaat ook vaak gepaard met anterograde amnesie: het onvermogen om nieuwe feiten of gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan na een hersenletsel, te onthouden. Een belangrijke rol in het onderzoek naar de neurale basis van het geheugen speelde het 'geval' H.M.: een neurologische patiŽnt waarbij de hippocampus chirurgisch was verwijderd. Dieronderzoek van onder anderen L.R. Squire en M. Mishkin uit de Verenigde Staten heeft aangetoond dat ook bij apen de mediotemporale cortex een rol speelt bij de opslag van nieuwe kennis in het langetermijngeheugen. Men neemt tenslotte aan dat de inhoud van het episodische geheugen zelf niet in de hippocampus en de omliggende gebieden, maar verspreid over de neocortex is opgeslagen, zoals in de temporale, postererieure en anterieure gebieden van de hersenen.